Beroepsgeheim en het doorbreken ervan Move professionals veilige zorg

Beroepsgeheim

Move professionals deelt actuele kennis over het beroepsgeheim (bijgewerkt november 2019)

In het organisatieadvies, het beleidsadvies en de calamiteitenonderzoeken van Move professionals in Utrecht krijgen we te maken met vraagstukken en dilemma's rondom beroepsgeheim, privacy en kennisdelen in de keten. We volgen dit thema en verzamelen de belangrijkste kennisbronnen. We delen dat overzicht graag met onze volgers en klanten (portfolio).

Iedere zorgprofessional heeft een beroepsgeheim. Zonder toestemming van de cliënt mag een zorgprofessional geen informatie met derden delen. Zorgverleners die noodzakelijk betrokken zijn bij de zorg aan de cliënt zijn geen derden.

Het beroepsgeheim mag doorbroken worden:

  1. met toestemming van de cliënt;
  2. als sprake is van een wettelijke plicht (bijvoorbeeld de plicht om aan de GGD bepaalde infectieziekten te melden of een verklaring te overleggen in geval van een overlijden of levensbeëindiging (zoals bij euthanasie) en -onder omstandigheden - aan toezichthouders. Voor hulpverleners is een mededelingsplicht zeldzaam. We vinden deze meestal in de ‘verplichte’ relaties; bij de Jeugdwet in geval van ondertoezichtstelling en een soortgelijke verplichting is te vinden in de Reclasseringsregeling;
  3. bij meldrecht (Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling);
  4. als sprake is van een conflict van plichten (noodsituatie). Op grond van conflict van plichten kan een zorgprofessional zijn beroepsgeheim doorbreken. Dit moet zorgvuldig gebeuren en de afwegingen die worden gemaakt moeten worden vastgelegd. 

Informatie over het beroepsgeheim van het Ministerie van VWS

VWS verstrekt ook informatie over het beroepsgeheim. Hier wordt ook de vraag beantwoord, wat het betekent als een cliënt wilsonbekwaam is. Meer over wilsonbekwaamheid is ook te lezen op Het kennisdomein WZD van Move professionals.


Toestemming van de cliënt


Doorbreken van het beroepsgeheim bij meldrecht (Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling)

In Nederland hebben we een verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, maar geen meldplicht, maar een meldrecht. Iedere beroepskracht heeft het wettelijk recht om, ook zonder toestemming van (de ouders van) de cliënt, vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling te melden bij Veilig Thuis. Het meldrecht betekent ook dat beroepskrachten, zonder toestemming van de cliënt, op verzoek van Veilig Thuis informatie mogen verstrekken over de betrokkene.

Door te werken met een meldcode blijft de beslissing om vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling wel of niet te melden, berusten bij de professional. Het stappenplan van de meldcode biedt hem houvast bij die afweging.

Waarom is er sprake van een meldrecht en geen meldplicht?

Uit onderzoek is gebleken dat er meerdere redenen zijn om de toegevoegde waarde van een meldplicht te relativeren. Een professional die meldt op grond van een meldplicht, doet dat wellicht niet alleen uit een gefundeerd vermoeden van geweld, maar misschien ook uit angst voor aansprakelijkheid als hij het niet meldt. Daardoor stijgt weliswaar het aantal meldingen, maar niet de kwaliteit ervan. Een meldplicht leidt zo tot overbelasting van het systeem en tot onnodig stigmatiserende onderzoeken, zonder duidelijke pluspunten voor hulp aan, en bescherming van, het kind en het gezin. Een betere weg is het ondersteunen van de professional bij zijn/haar handelen. Het gebruik van het instrument meldcode blijkt te bevorderen dat (potentiële) geweldssituaties eerder worden gesignaleerd en gemeld.

Bron: https://www.veiligthuisnhn.nl/professionals/meldcode/meldcode-is-geen-meldplicht.aspx 

Augeo heeft in haar bibliotheek een folder opgenomen over het doorbreken van het beroepsgeheim bij meldrecht in het kader van de meldcode


Conclict van plichten

Voor elke professional bestaat daarnaast altijd de mogelijkheid om bij een ‘conflict van plichten’ de geheimhoudingsplicht te doorbreken. ‘Conflict van plichten’ betekent dat er ondanks de geheimhoudingsplicht toch een dringende reden kan zijn om informatie te verstrekken. De plicht om te zwijgen botst met het recht om te spreken vanwege zwaarwegende belangen van de cliënt of een ander. De beslissing om de geheimhoudingsplicht te doorbreken kan alleen in een concreet geval gemaakt worden. Vaak is in die situaties sprake van een dilemma en een ongelijke machtsverhouding; een kind moet beschermd worden tegen een ouder, een hulpbehoevende tegen een hulpverlener met verkeerde motieven enzovoorts.

Het maken van een belangenafweging is belangrijk als je overgaat tot het doorbreken van het beroepsgeheim:

  • Het is niet mogelijk om toestemming van de cliënt te vragen of te krijgen;
  • Je komt in gewetensnood als je het beroepsgeheim niet doorbreekt;
  • Zwijgen kan ernstige (verdere) schade opleveren;
  • Het doorbreken van het beroepsgeheim kan deze schade voorkomen;
  • Het beroepsgeheim wordt zo min mogelijk geschonden;
  • Je ziet geen andere weg om het probleem op te lossen.

Bron: https://www.sociaalweb.nl/blogs/mensenhandel-informatie-delen-mag-door-hulpverleners-ook-zonder-toestemming en https://www.nvgzp.nl/beroep/wet-big/gz-psycholoog/casus/


Morele dilemma's bij het doorbreken van het beroepsgeheim

Veel kennisbronnen gaan over juridisch perspectief bij het doorbreken van het beroepsheim. Het doorbreken van het beroepsgeheim kent een juridisch perspectief, maar ook een moreel perspectief. Bij het doorbreken van het beroepsgeheim spelen beide perspectieven een rol.

Een zorgprofessional is een goed hulpverlener die handelt in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die daarbij hoort en die is vastlgegd in de voor hem of haar geldende professionele standaard. Er zijn vier morele basispricincipes in de zorg:

  1. Respect voor autonomie: de wens van de patiënt zo veel mogelijk respecteren.
  2. Niet schaden: mensen geen schade toebrengen.
  3. Weldoen: zo veel mogelijk het welzijn van mensen bevorderen, inclusief hun leven beschermen.
  4. Rechtvaardigheid: de ene persoon niet anders (minder of beter) behandelen dan de andere persoon met dezelfde behoefte.

Bron: Principles of biomedical ethics, T.L. Beauchamp en J.F. Childress (2012)

Professionals balanceren tussen morele basisprincipes in de zorg, de professionele standaard van de beroepsgroep waartoe hij behoort, waarden van de cliënt en zijn familie en het beleid van de organisatie en de wet- en regelgeving. Dat levert ethische vragen en dilemma’s op die je steeds voor de vraag stellen: wat is goede zorg in deze situatie? 


Gegevensuitwisseling in de GGZ

Op de website van de Nederlandse vereninging voor psychiatrie zijn diverse handreikingen te vinden voor psychiaters en voor samenwerking in de keten.

Voor de GGZ is een handreiking beschikbaar voor gegevensuitwisseling in de bemoeizorg


Gegevensuitwisseling in de jeugdzorg

Voor de jeugdzorg is een privacyapp ontwikkeld. Deze app bevat informatie voor jongeren en voor jeugdbeschermers, medewerkers in de jeugd-GGZ, jeugd- en huisartsen, medewerkers van wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin, sociaal werk, en medewerkers van gemeentelijke jeugdteams. 


Gegevensuitwisseling in de gehandicaptenzorg

Op het kennisplein gehandicaptenzorg zijn de volgende kennisbronnen te raadplegen. Hier vind je uitgebreide informatie over de mogelijkheden om het beroepsgeheim te doorbreken en wel kennis te delen in de keten.


Gegevensuitwisseling in het sociaal domein

Een mooie website over het delen van kennis in het sociale domein

Voor het sociaal domein is een wetswijziging rond gevensuitwisseling en privacy in de maak. Daarvoor ontwikkelt het traject Uitwisseling Persoonsgegevens en Privacy (UPP) van het Programma Sociaal Domein samen met Rijk en gemeenten voorstellen voor een betere juridische basis voor de uitwisseling van persoonsgegevens. Gemeenten krijgen daarbij een wettelijke grond om te verkennen of een persoon kampt met multiproblematiek.

Informatie delen in het sociale domein en binnen de kader van de wet blijven, kan dat? Welke persoonsgegevens van cliënten moeten worden vastgelegd? Wanneer mogen die gegevens worden gedeeld? En wat heeft de cliënt daarover te zeggen? Dat zijn vragen waar wijkteammedewerkers antwoorden op zoeken. De Movisie academie heeft een gratis online training gemaakt die deze vragen beantwoorden.


Doorbreken beroepsgeheim verpleegkundigen en verzorgenden

Informatie over het doorbreken van het beroepsgeheim zoals vastgelegd in de beroepscode op de website van de V&VN


Doorbreken beroepsgeheim artsen

Geregeld, met name na incidenten waarbij onschuldige slachtoffers vallen, wordt een roep om versoepeling van het medisch beroepsgeheim gehoord. Deze geluiden kunnen afkomstig zijn van onder andere de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie voor de Gezondheidszorg en jeugd (IGJ) en de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Het medisch beroepsgeheim niet absoluut. In bepaalde gevallen kan het geoorloofd zijn om het beroepsgeheim te doorbreken, ook jegens politie of justitie. Bijvoorbeeld als dat geschiedt met toestemming van de patiënt, of als dat wettelijk verplicht is, of na afweging van een conflict van plichten.


Gegevensuitwisselingen psychologen, pedagogen en orthopedagogen


Gegevensuitwisseling voor scholen

Het NJI heeft een handreiking geschreven over de uitwisseling van gegevens van scholen met externen.


Het aanbod van Move professionals waarin het beroepsgeheim een rol speelt bijvoorbeeld in calamiteitenonderzoeken

  1. Calamiteitenonderzoek

  2. Calamiteitenonderzoek in Jeugdzorg en Veilig thuis

  3. Klachtenonderzoek en onderzoek burgermeldingen

  4. Andere Prisma onderzoeken

  5. Trainingen calamiteitenonderzoek en leren van incidenten

  6. Interim beleidsadvies zorgbeleid

  7. Werkplekleren

  8. Organisatieadvies en organisatieontwikkeling

    Als wij met u mee kunnen denken en doen om te werken over kennis delen en beroepsgeheim, kom dan met ons in contact. Bel ons op 030-2072321 of neem contact met ons op via: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.